Voor vragen over historisch schrijven of internet zoeken
Geschiedenis bedrijven als het herschikken van feiten
Hickory's

Linnemann, militair kartograaf (1895-1968)

Te verschijnen in Caert Thresoor, tijdschrift voor de geschiedenis van de kartografie www.maphist.nl/ct/soc.html, artikel samen met professor Ferjan Ormeling.

De militair kartograaf Wihelm Linnemann (1895-1968) heeft zijn leven en werk in Nederlands Indië beschreven in de - nooit gepubliceerde - memoires die hij naliet. Hierover staat een bijdrage in Bandoeng aan de Waal (2000) door Pieke Hooghoff.

In de de twee nagelaten getypte en geschreven tekstdelen staat het verslag van zijn persoonlijke belevenissen en de gebeurtenissen uit zijn militaire carrière die hij op latere leeftijd opschreef. Uit de geschriften met eigen tekeningen en ingeplakte illustraties blijkt hoe Linnemann vanaf zijn jeugd de liefde voor de wilde natuur ontwikkelde en al heel jong nauwkeurige observaties deed. Tijdens schoolvakanties ging hij mee op voet- en kampeertochten en maakte jacht op wilde zwijnen en herten mee.

Hij was een uitblinker op school en bij zijn latere militaire en kartografische studies en slaagde op elke opleiding met de hoogste cijfers. In Nederland opgeleid als een van de weinige Indo´s, kwam hij uiteindelijk bij de Topografische Dienst van terecht, waar hij op Java en Sumatra belangwekkende kaarteringen uitvoerde, meetmethoden verbeterde en de top van de Topografische Dienst bereikte. De teksten zijn zo gedetailleerd en levendig beschreven dat het lijkt dat eerdere aantekeningen zijn gebruikt. Bij mijn onderzoek ter voorbereiding van Bandoeng aan de Waal, mijn boek over Indische Nijmegenaren, heb ik de twee delen van de familie ter inzage gekregen.

Linnemann wilde "... zonder de feiten aan te dikken, ervaringen uit een vervlogen koloniaal tijdperk levend houden en iets nalaten voor zijn nakomelingen."

-------------------

Uit Bandoeng aan de Waal (2000):

Een Javaanse officier in Nijmegen, Wilhelm Linnemann

Het leven van de KNIL-militair Wilhem Linnemann is bijzonder te noemen en wordt beschreven door hemzelf, in de memoires die hij naliet, een verslag van zijn persoonlijke ervaringen die hij opschreef na zijn zestigste jaar en verteld door zijn dochter. Hij was beschouwend van aard en wilde, zonder de feiten aan te dikken, dingen levend houden uit een vervlogen koloniaal tijdperk en iets nalaten voor zijn eigen nakomelingen. Hij schreef twee onuitgegeven boeken waarin zowel de gebeurtenissen uit zijn carrière, zijn persoonlijk leven en zijn ideeën naar voren kwamen en een goed geschreven geheel vormen. Voor een Indo, zoals hij zichzelf noemde, was het niet waarschijnlijk een hoge militaire rang te krijgen, maar dat lukte hem wel. Hij was een kind van een Pruisische koloniaal en een Inlandse vrouw, Mokisah en in 1895 geboren in Soerakarta op Java. Op zevenjarig leeftijd komt hij in een streng katholiek Jongenshuis van de Jezuïeten terecht. Hij valt door zijn intelligentie en zijn karakter gunstig op en komt daardoor op 9-jarige leeftijd bij het Korps Militaire Pupillen in Gombon en dat is de basis voor zijn militaire opleiding. Hij vervolgt die via de Kaderschool in Solo en de Officiersopleiding te Meester-Cornelis. Hij gaat in 1915 zelfs naar Nederland om de zijn officiersopleiding o.a. in Kampen, Amersfoort en Nijmegen te vervolgen, een periode die drie jaar ging duren.

Hij schrijft: Eindelijk in 1917, na een volle week examen, werd ik op 22-jarige leeftijd in Nijmegen beëdigd tot tweede luitenant. Als eenvoudige (anak-kolong) had ik het tot officier gebracht en nog wel als eerst van mijn promotiejaar en daarbij nog bewezen niet de minste te zijn onder mijn Hollandse kameraden. Ik stond verder min of meer buiten de burgermaatschappij, waar men de simpele, ietwat naïeve Indo enigszins smalend met (katjang) (apenootje) betitelde. Ik was nogal geremd en het ontbrak mij aan de nodige vrijmoedigheid, savoir-vivre en zelfbewustzijn. ... Gelukkig kreeg ik een plaatsje op de Nieuw-Amsterdam en kon ik na drie jaren naar mijn zonnige geboorteland terugkeren.

In Den Haag ontmoette hij het Nijmeegse meisje Marie Meyers met wie hij in 1919 huwde. Hij kon het goed met haar ouders en het gezin vinden.

In Indië eigen land was Wilhelm op een andere manier heel avontuurlijk en ondernemend en een groot natuurliefhebber. Hij deed mee aan allerlei langdurige oefeningen en tournees in verafgelegen buitengewesten op berghellingen. Als eerste verkende hij een zware route naar een bron op de hoogvlakte van Tinompo op Celebes. In Sampalowo liet hij voor het dorpshoofd een door hem zelf ontworpen huis bouwen, een ontwerp dat later door andere kampongbewoners werd nagevolgd. Tot zijn vreugde werd hij gevraagd bij de Opleidingsbrigade van de Topografische Dienst. Hij bracht de hellingen van de Goenoeng Keloed op Java in kaart, na gevaarlijke beklimmingen van de top en ging volledig in zijn werk op. Hij bekwaamde zich steeds verder in landmetingen en kartering op lange verkenningstochten in de oerwouden van Sumatra.

Hij kreeg de leiding over het Centrale Kaarteringsmaatschappij, dat bekend stond als het best geoutilleerde grafische en drukkerijbedrijf in Zuid-Oost-Azië. Uiteindelijk werd hij Inspecteur van de (kaart)opnemingsbrigade in Padang, Sumatra. Zijn succesvolle militaire carrière vormde ook een compensatie voor zijn moeizame huwelijksleven, totdat hij besloot Indië te verlaten en eervol ontslagen werd in de titulaire rang van majoor. Na wat omzwervingen kwam hij met zijn tweede vrouw en kinderen in Nijmegen aan. Hij was nog jong genoeg om een sigarenzaak te beginnen en vestigde zich daar op het Mariaplein.